28 Mar
28Mar

Al verhalen schrijvend kom ik lieve en leuke mensen tegen die genietend van de zon op een van de bankjes tussen Huis Molenbosch en Mirtehof zitten. Zo ook deze lieve oude wijze dame met bejaard hondje, die ik dagelijks samen langzaam achter haar rollator het bos in zie lopen. Vaker zitten wij zo samen naast elkaar op een bankje en komen van koetjes en kalfjes tot diepgaande gesprekken die uiteraard veelal over vroeger gaan. Omdat wij elkaar al zo vaak gezien, gegroet en gesproken hebben mag ik haar met haar voornaam aanspreken. Haar naam in dit verhaal is “Anne” met echtgenoot Nico en hond Foxy. Deze namen zijn uiteraard fictief.      

Doordat steeds meer mensen mijn verhalen lezen heb ik vele leuke ontmoetingen met vaak wildvreemde mensen die mij herkennen vanwege mijn twee prachtige en lieve Italiaanse jachthonden Siena & Giulia. Het gesprek begint meestal met een, “ah, u bent die meneer van die wandelverhalen”. “Ik herkende u aan uw honden”. “Wat zijn ze mooi”, waarop ik steevast antwoord, “ja, ze zijn mooi maar wat belangrijker is, ze zijn lief en luisteren goed”. “Kinderen en honden moeten luisteren”, waarop een instemmend geknik volgt. 

Dan vertel ik dat de Romeinen de Bracco Italiano rond 400 voor Christus uit een lichtvoetige Noord Afrikaanse windhond en zwaardere Mastiff hebben gefokt. Veel Europese vorstenhuizen hebben uit deze hond een eigen jachthond gefokt. Door bijna 90% van alle huidige staande jachthonden rassen stroomt Bracco bloed. Het is een klein ras waarvan er wereldwijd ongeveer 7.000 leven en in Nederland zo’n 250. Je ziet ze niet veel en ik vind, omdat het ras er na ruim 2.500 jaar nog exact hetzelfde uitziet, wij dit zo moeten houden. Je hebt de Bracco Italiano in twee variëteiten, te weten mijn wat lichter gebouwde oranje/wit gevlekte Bracco’s Piémonte, die in de bergstreken voorkomt en de bruin/wit gevlekte iets zwaarder gebouwde Bracco Lombardo, voornamelijk voorkomend in laaglanden. 

Op vakantie in Italië heb ik uiteraard veel bekijks met Siena & Giulia.  

Terwijl ik hier weer zo lekker op het bankje in de zon zit, zie ik in de verte, voorbij die enorme beuk die op het veld ligt, Anne met Foxy aan komen lopen. Het is een vertederend gezicht om te zien hoe liefdevol en geduldig zij met haar hondje omgaat. Het duurt even, maar daar is zij dan en terwijl wij elkaar begroeten parkeert zij haar rollator achteruit voor zich en komt naast mij zitten. Ondanks haar hoge leeftijd leest Anne op haar tablet al mijn verhalen en krijgt als abonnementhouder nieuwe verhalen automatisch toegezonden. Het is gezellig zo samen en terwijl de honden zichzelf vermaken vertelt zij vol liefde en tederheid over 56 jaar huwelijk met haar man Nico en hun gezamenlijke leven. 

Ik vraag Anne of haar huis net zoals de andere huizen waarover ik schrijf een naam en een verhaal heeft. “Een naam niet, maar een verhaal wel “zegt ze, “je mag het huis wel eens komen bekijken indien je dat wil”. Ik besluit deze unieke kans aan te grijpen om de volgende dag een fotoreportage van huis en tuin te maken. 

Benieuwd naar wat ik aantref, fiets ik ‘s middags op deze zonovergoten dag met staalblauwe hemel naar het huis. Als ik het hek open, vang ik aan het eind rechts van het grindpad een glimp van het huis op dat je vanaf de laan niet kunt zien. Ik ben overdonderd door de ligging van het huis dat omzoomd is door hoge bomen en struiken, met op het grasveld aan de voorzijde witte veren van een door een roofvogel opgevreten duif. Op dat moment weet ik de titel van mijn verhaal en “Verborgen parel” is geboren. 

Oorspronkelijk lag het grindpad precies in het midden voor het huis en zo kon men met rijtuig of auto, zoals je veel bij voorname huizen in die tijd zag, rondom een bloemperk voorlangs naar de voordeur rijdend, de tuin weer verlaten. De entree van het huis is te bereiken via een vijf treden hoge bakstenen trappetje met leuning en ik zie links daarvan onder een overkapping de rollator van Anne staan. Slim is dat, ik vroeg mij al af hoe zij daarmee boven moest komen. Het huis heeft mooi gekleurde glas-in-lood ramen maar ook ruitvormig geëtste ramen. Tegen de gevel groeit een nu nog kale klimplant genaamd Blauwe regen (Wisteria) die tijdens de bloei enorme bloemtrossen in paars of blauw krijgt. Al foto’s makend loopt ik verder om het huis en val van de ene verbazing in de andere. Aan de zijkant zie ik op tuinniveau een deur met brievenbus wat oorspronkelijk de dienstbode ingang was. Post werd bij voorname huizen indertijd niet aan de voordeur, maar moest bij de dienstbode ingang afgegeven worden. 

Achter het huis aangekomen vliegt een blauwe reiger weg vanaf de kant van een grote vijver. Bij de vijver staan een aantal tuinstoelen en middenin de vijver ligt een eilandje waarop eenden broeden. De tuin lijkt wel een park en buiten het huis zie je geen andere bebouwing. Daar verderop wat hoger, zie ik het zomerhuisje waarlangs ik over een pad naar de achterkant van de tuin loop en vanaf daar tegen de zon in een prachtig gezicht heb op de achterzijde, wat oorspronkelijk de voorzijde van het huis had moeten zijn. 

Al mijmerend in warme zonnestralen in deze oase van rust, overdenk ik de plaatsen en mooie huizen waarin wij vroeger woonden. Dit huis waar ik het bestaan niet van wist ligt niet ver van mijn ouderlijk huis en al fietsend hier naar toe wist ik niet wat ik kon verwachten. Het ziet er zo goed onderhouden en eigentijds uit. Ik zou hier wel kunnen wennen. Verder doorlopend en fotograferend langs de garage, die vanuit allebei de lanen toegankelijk is, kom ik aan bij de zijkant van het huis. Na nog een paar laatste foto’s gemaakt te hebben spring ik op mijn elektrieke stalen ros en galoppeer licht opgewonden naar huis om het verhaal over deze “Verborgen parel” te schrijven. 

Oorspronkelijke bewoners “Verborgen parel” 

Ds. Arnoud Johan de Beaufort1 (1885-1963) en zijn Duitse echtgenote Anna Louise Charlotte Stiepermann (1891-1983), verhuisden omstreeks 1933 vanuit Gulpen, waar Arnoud predikant was, naar Zeist. Arnoud Johan was een zoon van Joachim Ferdinand de Beaufort2 (1850-1929) en Anna Maria Ernestine Louise de Beaufort-Huydecoper (1853-1889). Joachim Ferdinand was een zoon van jhr. Arnoud Jan de Beaufort3 (1797-1866) en jkvr. Anna Aleida de Beaufort-Stoop (1812-1885) die van 1856 tot 1885 buitenplaats Molenbosch bewoonden. Anna Maria Ernestine Louise, was dochter van de steenrijke (mooi woord in dit verband) Johan Lodewijk Reinier Anthonie Huydecoper (1822-1886), die op buitenplaats Wulperhorst woonde. Arnoud Jan was erfgenaam van landgoed Den Treek in Leusden en na het overlijden van de vader van Anna Aleida, Johannes Bernardus Stoop (1781-1856) werd het echtpaar ook erfgenaam van de landgoederen in Zeist en Leusden en zo ook van boerderij Heidenoord het huidige Beauforthuis in Austerlitz. 

Omdat de 259 inwoners van Austerlitz voor een kerkbezoek zes kilometer naar Zeist moesten lopen, liet Arnoud Jan de Beaufort aan de achterzijde van boerderij Heidenoord in 1861 een kerk bouwen. Hij schonk deze aan de Hervormde Gemeente onder voorwaarde dat de kerkelijke bestemming alleen gewijzigd kon worden in een sociaal-culturele bestemming. In de kerk werden tot 1984 diensten gehouden en Ds. Arnoud Johan de Beaufort1 was daar regelmatig gastpredikant. Sinds 1989 fungeren de voormalige boerderij en kerk als muziekpodium en theatercafé onder de naam “Beauforthuis”. 

Namen als De Beaufort, Huydecoper, Stoop, Voombergh, de Pester, etc. zijn van onlosmakelijk aan Zeist verbonden rijke families, die in grote huizen en landgoederen als Molenbosch, Ma Retraite, De Brink, etc. woonden. Geld trouwde geld en macht trouwde macht en zo bleef geld en macht in dezelfde families. Over al deze huizen met families in Zeist, schrijf ik later nog eens een verhaal met een getekend organogram zodat je kunt zien hoe binnen Zeist families aan elkaar gelinkt waren en zo geld en macht bij elkaar hielden. 

Het huis 

In 1932 kregen de Duitse architect Aug. Pracht uit Düsseldorf-Lothaussen en de N.V. Amersfoortse Beton Maatschappij van de heer Arnoud Johan de Beaufort die toen nog met zijn gezin in Gulpen woonden, de opdracht voor de bouw van dit landhuis. Het huis moest een exacte kopie zijn van een huis in Duitsland wat wellicht het geboortehuis van Anna Louise Charlotte de Beaufort-Stiepermann dat in Styrum, Mülheim an der Ruhr in Duitsland was. Omdat het een exacte kopie moest zijn en er een Duitse architect bij de bouw betrokken was is het aan te nemen dat de familie warme gevoelens bij dat huis in Duitsland hadden. Het enorme huis van 389 m2 woonoppervlakte, elf kamers groot met later aangebouwde serre, staat op een perceel van 3.474 m2 begroeid met vliegdennen en is aan voor- en achterzijde begrensd door een brede laan. Op de grootte van dit perceel liggen elders in Zeist normaliter acht tot tien huizen. Het huis staat 180o gedraaid ten opzichte van wat de heer en mevrouw De Beaufort-Stiepermann over de ligging in gedachten hadden. Zij wilden de laan, die nu achter het huis ligt als zichtas op de voorzijde van het huis, maar kregen hiervoor geen bouwvergunning. De voorzijde ligt nu op de zonnige zuidoostkant en de achterzijde op de koude noordwest kant. Dit huis heeft als enige in die tijd 27 cm dikke binnenmuren van gewapend beton en is aan de buitenkant opgemetseld met bakstenen met daartussen een 11 cm spouw. Voorname huizen lagen in die tijd wat hoger op een kunstmatig aangelegde heuvel. De begane grond van dit huis ligt wat hoger vanwege de half ondergrondse ruim 2 meter hoge betonnen kelder. Een aantal ramen zijn nog voorzien van de oorspronkelijk aan de binnenzijde geplaatste houten luiken, die dienden ter verduistering en om de warmte binnen te houden. Aan kelder en luiken zijn duidelijk de Duitse bouwinvloeden te zien. 

De aannemer werd vanwege continue wijzigende opdrachten door de veeleisende Anna Louise Charlotte nogal eens tot wanhoop gedreven. Deze wijzigingen waren vanwege het gewapende beton niet gemakkelijk te verwezenlijken, muurtje hier, muurtje weg, raampje daar of toch maar niet. Pas nadat de bazin des huizes van de granieten trap naar de kelder gevallen was en daarbij haar been brak werd het huis eindelijk afgebouwd. 

Mijn ouderlijk en in 1972 nieuw gebouwde huis in het Duitse Rickelrath had ook een hoge met dikke buitenmuren kelder, waarin mijn slaapkamer lag en alle ramen van het huis waren aan de buitenzijde voorzien van rolluiken. Na twee wereldoorlogen en de opvolgende koude oorlog waren die een wettelijke verplichting en dienden ze als schuilkelder en verduisteringsluiken. De eigenaar wijzigde ook continue de plannen waardoor wij in een huis trokken dat niet afgebouwd was en dat na ons vertrek drie jaar later eigenlijk ook nog steeds niet was. Wij noemden het huis indertijd “Die ewige Baustelle”.  

Het huis had in die tijd al een moderne kolengestookte laag rendement cv-ketel. In de kelder zie je nog het dichtgemetselde oorspronkelijke luik waardoor de kolen naar binnen gestort werden. Omdat kolen ten tijde van de oorlog niet te verkrijgen en ook op de bon waren, was het huis op den duur niet meer warm te krijgen. Het viel de heer en mevrouw De Beaufort overigens tegen dat er in dit gedeelte van Zeist ook twee-onder-een-kapvilla’s gebouwd werden. Zij hadden het idee dat er alleen van deze zelfde vrijstaande en grote huizen gebouwd zouden worden. Tijdens de bouw werd er ook nog een zomerhuisje bijgebouwd en in 1941 volgde er nog een uitbreiding van het huis en werd het overdekte terras aan de achterzijde verbouwd tot serre. Na verkoop van het huis in 1943 verhuisden ds. Arnoud Johan de Beaufort en Anna Louise Charlotte Stiepermann met hun kinderen Joachim Ferdinand (1927), Digna Wilhelmina Ernestine (1929) en Hendrik Ludo (1931) naar Gulpen waar Arnoud weer predikant werd van de Hervormde Kerk. Beide echtelieden liggen daar ook begraven en in Gulpen is zelfs een straat “Dominee de Beaufortstraat” naar hem vernoemd. Kleinzoon Coos van Wageningen die in huis Molenbosch woont verteld mij, dat het onweerstaanbare verlangen naar het voor hen dierbare Limburgs oord de werkelijke reden was dat zijn opa en oma met kinderen terugkeerden naar Gulpen. In de buurt deed echter ook het verhaal de ronde dat mevrouw de Beaufort helemaal niet terug wilde naar Limburg en huilend bij buurtkapper Kistenkas binnenkwam waarna deze bij de nieuwe eigenaar bemiddelde dat als ze in Zeist was eventjes in de tuin mocht komen zitten.   

Opeenvolgende en huidige bewoners 

Vanaf 1943 wisselde het huis een aantal keren van eigenaar. De eerste nieuwe eigenaar was de heer J.A.J. van Hulsen, directeur van de Zeister Medicinale fabriek Kraepelin & Holm. Deze van origine apotheker, adverteerde onder andere met Eikel-Cacao “de beste dagelijkse drank voor kinderen, zwakken en klierachtige gestellen” die koffie, thee & chocolade vervangt. Van Hulsen liet in december 1943 een garage in de achtertuin bouwen. De garage was oorspronkelijk met de auto alleen via de laan aan voorzijde bereikbaar. Pas later werd er ook een toegang via de laan aan de achterzijde gemaakt. De heer Van Hulsen moest vanwege de oorlog bij het Luftgaukommando Holland toestemming voor de bouw vragen. Als argument voor de bouw voerde hij aan dat hem een rijvergunning was verleend in het belang van de volksgezondheid en uitsluitend voor binnenlandse behoefte. In 1944 werd nog een erfafscheiding naar de achterliggende laan aangebracht. 

Aan het einde van de oorlog zijn er ook nog, zoals in veel andere huizen in Zeist, Duitse officieren ingekwartierd geweest. Na de oorlog werd het huis bewoond door een Shell directeur, de familie Dijk en sinds 1970 door Anne en Nico. Ruim 48 jaar hebben ze samen in deze oase van rust gewoond en de nu alleen wonende Anne moet er niet aan denken om deze mooie en rustige plek met zoveel herinneringen te verlaten.   

Foto Bron: geheugen van Zeist 

Anne laat mij nog een oude foto uit omstreeks 1935 zien met daarop het huis “tweede van links” in een buurt die vanwege het ontbreken van de huidige bebouwing onherkenbaar is. Zij vertelt dat Anna de Beaufort-Stiepermann in 1972 met dochter Digna Wilhelmina Ernestine van Wageningen-de Beaufort (1929-2008), nog een keer bij haar en Nico op bezoek zijn geweest. Zij wilden het huis nog graag een keertje zien en in de tuin zitten. Digna woonde van 1971 tot haar dood in 2008 in Huis Molenbosch en is rond 1980 samen met haar broer Joachim Ferdinand de Beaufort (1927-2007) bij Anne en Nico op visite geweest. Nico en Joachim kenden elkaar nog uit hun studententijd toen beiden als Gouverneur huiswerkbegeleiding in het Christelijke meisjesinternaat Pavia een bijbaantje hadden. 

Digna Wilhelmina Ernestine was de moeder van de huidige bewoners van “Buitenplaats Molenbosch” de familie Van Wageningen. Lees hiervoor het verhaal Buitenplaats Molenbosch op https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com/wandelverhalen-meer/buitenplaats-molenbosch         

Anekdote 

Ik herinner mij ineens dat ik jarenlang dagelijks met onze honden over het pad liep dat aan de achterzijde van Huis Molenbosch tussen de weides lag. Als mevrouw Digna de Beaufort in de tuin te zien was, zwaaide ik naar haar en anders naar het huis, omdat ze misschien naar buiten keek. Mevrouw zwaaide nooit terug maar ik bleef groeten. Rond 2004 hoorde ik van een kennis dat mevrouw blind was. Toch ben ik haar tot aan haar dood in 2008 blijven groeten.   

Joachim Ferdinand was oom van de huidige bewoners Van Wageningen en bouwer van de “Kapel der Heilige Engelbewaarders”. Lees hiervoor het verhaal op https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com/wandelverhalen-meer/de-kapel-der-heilige-engelbewaarders  

Toeval? Zo zie je dat alles en iedereen weer in elkaar grijpt.  

Een week later keer ik terug naar Anne om het resultaat van mijn hersenkronkels met haar door te nemen. Bij het afscheid benadrukt ze dat ik nog eens moest terugkomen, zeker als de Blauwe regen in bloei staat en dat doe ik beslist. Uitgezwaaid door die “Parel” van een Anne laat ik haar in deze “Verborgen parel” achter.  

En zo ontmoet je als je elkaar groet en vriendelijk bent, lieve en bijzondere mensen waar zomaar weer een nieuw verhaal uit geboren wordt.

Wat is Zeist toch mooi en wat boffen wij hier te mogen wonen. 

Tot de volgende wandeling, Arnie Della Rosa   


In de galerij van de website https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com/galerij kun je nog veel meer mooie foto’s vinden.   

Je kunt mijn wandelverhalen lezen op https://www.als-bomen-en-stenen-konden-praten.com maar ook samen met de columns van andere Zeister columnisten op https://www.zeistermagazine.nl

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.